Interview met Lisette van De Borstvoedingspraktijk

Interview met Lisette van De Borstvoedingspraktijk

Deze blog komt voort uit de eerste aflevering van onze Mominti Podcast. Het volledige interview is te beluisteren op Spotify onder 'Mominti Podcast'.

In de Mominti Podcast ga ik in gesprek met experts over alles rondom borstvoeding. Wat je kan verwachten wanneer je borstvoeding gaat geven, waarom het soms even niet lukt, wat je kan doen wanneer het even niet lukt, het toeschietreflex, overproductie, lekkende borsten, premature kindjes en nog veel meer.

In dit eerste interview sprak ik met Lisette, mama van twee dochters, lactatiekundige, draagconsulent, verloskundige. Kortom, een vrouw met enorm veel kennis van mama's, baby's, borstvoeding, moedermelk.

Omdat dit de allereerste aflevering was van de Mominti-podcast, begonnen we bij de basis. Hoe je je kan voorbereiden op het geven van borstvoeding, wat je kan verwachten in de eerste periode en wat te doen als het allemaal even niet lukt.

Lisette, kan beginnen met wat te vertellen over jezelf?

Zeker. Ik ben moeder van twee dochters, die zijn inmiddels al elf en acht en ik woon in Apeldoorn en ik heb zeven jaar als verloskundige gewerkt en vijf jaar een eigen verloskundige praktijk gehad en toen langzaamaan meer en meer borstvoeding gaan begeleiden en inmiddels doe ik alleen nog maar borstvoeding. En dat vind ik ontzettend leuk, omdat het een periode is waar veel mensen heel veel onzekerheid over hebben. En waar je echt onwijs verschil kan maken met goede begeleiding. En daar heb ik nog steeds enorm veel plezier in. En dat doe ik nu echt fulltime. 

Wat kan een moeder doen om zich voor te bereiden op borstvoeding wanneer ze nog zwanger is?

Ja, ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat je je voorbereidt. Ik denk dat dat als je als vrouw begrijpt hoe borstvoeding werkt, als je begrijpt hoe je productie op gang komt, als je begrijpt wat wil mijn baby eigenlijk en niet bij elke kick denkt ‘het zal wel weer honger zijn, ik moet het weer aanleggen’. Maar ook dat je begrijpt hoe je zorgt dat de melk die in je borst zit ook goed bij je baby komt. Dan hebben we het echt over de voorbereiding die je gaat helpen.

Dat is namelijk ook bijvoorbeeld heel vaak een probleem; dat er in principe in beginsel genoeg melk is, maar dat de doorstroom helemaal niet lekker gaat, waardoor die baby weinig krijgt en waardoor de productie ook minder goed op gang komt. Het is zo met elkaar verbonden en doordat je dus dat alternatief hebt en er ook heel vaak in je omgeving gezegd wordt, “o joh, je kan toch ook wel stoppen, ze worden ook groot met kunstvoeding”.  Ja, dan wordt het je eigenlijk alleen maar lastiger gemaakt.

Dus wanneer je je hebt voorbereid en snapt hoe het werkt, dan zal je ook met veel meer vertrouwen, maar ook met overtuiging, gaan voeden. Dat is superbelangrijk, want na de bevalling heb je er allemaal geen ruimte meer voor, om daar je in te gaan verdiepen. Dus juist in die zwangerschap, is het heel belangrijk om je daar in te verdiepen.

Hoe kan je je daar het beste in verdiepen? 

Vaak wordt er wel een soort live webinar gegeven door het ziekenhuis of een korte avond op de verloskundigpraktijk. Maar dat is vaak minimale informatie. Net als een live webinar over bevallen van het ziekenhuis, dat is geen bevalcursus. Dus ik zou wel echt kijken naar een uitgebreide cursus. Bijvoorbeeld die van mij! En het is altijd goed om het meerdere keren te horen. Want het komt allemaal niet altijd maar vanzelf. En dan is het wel fijn om te weten waar je allemaal aan moet denken. We weten ook dat je eigenlijk minder dan de helft kan onthouden. En zeker één avond helemaal zo volgestouwd worden met informatie is gewoon soms te veel. En helemaal als je ook nog eens zwangerschapshormonen hebt. Dus ik denk dat het fijner is als er een cursus is die je wat verspreid kan kijken. Soms nog wat kan terugkijken eventueel. En ook fijn en belangrijk om te weten; wie geeft die cursus eigenlijk? Is dat een verloskundige, is dat een lactatiekundige, is het een verpleegkundige? Want ook daarin zit de kwaliteit wel verschil. 

Is er een advies die je als versloskundige wel eens gaf, maar wat je nu, als lactatiekundige, anders ziet? 

Nou, ik ben ooit begonnen als verpleegkundige op de kraamafdeling en daar had ik gewoon een oude verpleegkundige die mij dat heeft geleerd, want ik wist niet hoe dat moest. En zij pakte de tepel en ze pakte het hoofd en ze drukte het in elkaar. Heel veel vrouwen die hadden pijn en er werd altijd eigenlijk gezegd,” ja, daar moet je even doorheen”. Of “ja, maar je tepels moeten even eelt kweken”. Dat is niet waar. Dus pijn is niet goed. En dat is wel heel belangrijk dat je dat snapt. Ik zeg niet dat je kan voorkomen dat je helemaal geen pijn gaat hebben. Maar het wil wel zeggen dat je niet door moet gaan met wat je doet. Want dat betekent dat het nog niet goed gaat. En dat je dus op zoek moet gaan, hoe kan het anders? Wat moet ik veranderen in die houding van de baby? En dan heb ik het niet over de rugbyhouding of de madonna houding , maar in die houding die jij doet, moet die baby anders aan de borst gaan? En dat zit hem heel vaak in details. En als je die begrijpt, dan kan je ook veel makkelijker begrijpen, waarom doet het eigenlijk pijn?

Maar je moet het even begrijpen, hoe het werkt. En dat is wel wat ik altijd probeer mee te geven. Ook op mijn Instagram, maar ook met mijn eigen online borstvoedingscursus. Zo logisch mogelijk maken. Zodat je ook de logica snapt en het dus makkelijker gaat toepassen. Want als iets heel onlogisch is, dan ga je ook het moeilijker onthouden bijvoorbeeld.

Kan je zo'n detail delen over een veel voorkomend iets, waardoor het vaak misgaat bij moeders? 

Heel vaak ligt de baby te veel met zijn kinnetje naar beneden of recht tegen de borst aan. Maar als je met je kin naar beneden ligt of te recht naar voren, wordt je mondholte heel ondiep en komt de tepel tegen de tong aan. Net als dat het voor ons ook heel lastig is om met onze kin om de borst te drinken. Dan krijg je vaak een afvlakking aan de onderkant van de tepel en het betekend dat je een deel van van de melkkanalen zit dicht te drukken. Dus de melk kan er helemaal niet goed doorheen. De tong gaat vervolgens de hele tijd over de tepel heen, en dat doet pijn. En de baby zal niet heel veel melk krijgen. Dus die wordt geïrriteerd. Dat is dus een stapeling eigenlijk van problemen. Terwijl dit heel makkelijk op te lossen is als je snapt dat je kin in de lucht moet.

Dus het is heel belangrijk dat de baby met de kin in de lucht ligt. Dan komt de tong op de tepelhof, en ligt de tepel helemaal vrij in de mond. Want dan kan die tepel heel erg de diepte in en kan de melk er goed doorheen stromen.

Probeer het maar eens bij jezelf. Doe je mond open en doe je vinger in je mond. Dan voel je, als je je kin naar boven kantelt, dan gaat hij de diepte in. Als je je kin naar beneden kantelt, loopt hij tegen je tong aan. 

De baby kantelt eigenlijk instinctief zijn hoofdje. Maar heel veel mensen houden het hoofd vast. En als je het hoofd vasthoudt, dan kan een kindje niet zijn hoofd kantelen.

Dat klinkt logisch! Kan je iets vertellen over de eerste 24 tot 72 uur na de bevalling? Wat gebeurt er dan allemaal met je borsten met je kindje?

Zolang je zwanger bent, eigenlijk al vanaf 16 weken, zijn je borsten in staat om melk te maken. Die eerste melk noemen we colostrum. En colostrum heb je zolang je een placenta, ofwel de placenta-hormonen, in je buik hebt, of in je lijf hebt. Dus, zolang die placenta er is, maak je colostrum. Die placenta wordt geboren na de bevalling. Dat wil niet zeggen dat meteen die hormonen ook uit je lichaam zijn. Dat duurt een aantal dagen. Tot dat de stuwing komt. Dat is eigenlijk de kantelpunt dat die hormonen voor het  grootste deel uit je lichaam zijn, en tot die tijd, maak je colostrum. Dat is heel erg geconcentreerde melk, vol met antistoffen. Antistoffen zijn eiwitten. En eiwitten zijn heel voedzaam.

Die melk is nog niet veel, maar dus wel heel voedzaam en doordat ze niet zo veel drinken moeten ze natuurlijk wel wat vaker drinken. Gemiddeld maak je zo na de bevalling ongeveer 5 milliliter colostrum aan. Dat is precies ook hoe groot een maagje is, dus dat is perfect afgestemd. Dus die baby drinkt die melk, maar over 5 milliliter hoef je niet heel lang te doen. En daar zie ik het vaak ook fout gaan, dat ze die baby's een kwartier per borst aan willen laten. En dan gaan ze de hele tijd aan die baby wrijven en vriemelen om die baby door te laten drinken. Maar je moet bedenken dat die borst is inmiddels echt wel klaar is. En die baby heeft ook gewoon nog niet zoveel energie door die hele bevalling en het geboren worden. Dus het is juist heel mooi dat het maar weinig is. En dat ze dus maar kort daarmee bezig zijn en dan ook wel weer snel kunnen komen. Dus het is heel normaal dat baby's, tot aan de stuwing, misschien maar een paar minuten per borst liggen te drinken. Maar wel 12 of misschien wel vaker keer per dag even aan de borst gaan.

Maar als je een baby veel te lang aan de borst aan de praat houdt dan worden ze daar heel erg moe van. Dan gaan ze minder vaak aan de borst. Legen ze dus de borst minder vaak, gaat je productie ook trager op gang komen Want hoe vaker je borsten leegt, hoe meer melk je gaat krijgen. 

Oke. Voor overproductie hoef je dan nog niet bang te zijn? 

Nee, daar moeten we helemaal nog niet bang voor zijn, want we hebben het hier over milliliters. Dus nee. Als je gaat voeden op verzoek, stopt de baby wel wanneer hij vol zit. Zo stimuleer je de productie precies genoeg. Je krijgt eigenlijk vooral een overproductie van te veel kolven.

Dus een overproductie wil ik eigenlijk bijna niet over spreken in de eerste twee, drie weken. Want sommige mensen schieten wel een beetje door in de tweede week, maar dan zie je ook wel dat een baby dus wat minder gaat drinken en dat het uiteindelijk wel weer reguleert. Dus het is ook een balans zoeken, waar je wel even de tijd voor nodig hebt. 

Bekijk onze volgende blogpost met Lisette voor het vervolg van het interview.

Beluister het volledige interview met Lisette hier.

0 reacties

Reactie plaatsen

Let op: Reacties worden pas na goedkeuring gepubliceerd.